Saturday, 11 April 2015

Krijtjes

Inspiration: drawings by Wendela Wendelart
On request in Dutch (Sorry English readers)



Eindelijk zit ze rustig aan tafel, haar tong tussen haar tanden. Geconcentreerd haalt ze haar krijtjes uit de grote hoop die ze eerder in haar driftbui op tafel heeft gegooid. Haar voeten zijn verdwenen tussen de proppen papier op de vloer.
Als je nu eens rustig opnieuw begint,’ had ik tegen haar gezegd, dat had ik beter niet kunnen doen. Ze houdt er niet van gecorrigeerd te worden, zeker niet als ze ‘bezig is’, zoals ze het zelf zegt.

Enkele dagen is ze al aan het tekenen, vanaf het begin van de zomervakantie. Geen tijd voor iets anders, behalve eten en slapen. Inmiddels ken ik deze buien van haar, de aan obsessie grenzende vastberadenheid, als ze eenmaal iets in haar hoofd heeft. Ditmaal is het tekenen. Ze krast enkele lijnen op het papier, bekijkt de tekening met haar grote ogen. Ik zie haar fronsen en kan bijna het vuur uit haar ogen zien schieten als ze weer niet tevreden is. Ze verfrommelt het vel en gooit het op de grond. Ze heeft nog nooit iets anders getekend dan krassen op papier.


De eerste dag heb ik de proppen opgeruimd, ook dat had ik beter niet kunnen doen. Een aan hysterie grenzende driftbui was het resultaat. Ze heeft een half uur lopen krijsen, mijn oren deden pijn. Pas toen ik plechtig beloofde dat ik niets, maar dan ook niets van haar werk zou weggooien, tot zij zou zeggen dat het klaar was, werd ze kalmer.


Ze lijkt alleen te kunnen scheppen in chaos, zelfs haar geboorte was een chaos omdat ze zichzelf klem had gezet in het geboortekanaal, ruim vijf jaar geleden. Ze kwam ter wereld als een boos klein meisje met vurige ogen, toen al. Er wordt me vaak gevraagd of ze op haar vader lijkt, maar ik kan me haar vader eerlijk gezegd niet zo goed herinneren.


Mijn kleine meisje heeft haar krijtjes ondertussen op kleur gesorteerd. Alle blauwe, zwarte, grijze en bruine krijtjes liggen keurig op een rij. Daarnaast, een klein beetje apart, zijn één roze en één geel krijtje gelegd. Alle groenen, roden en andere kleuren, de kleuren die mij vrolijk maken, zijn terzijde geschoven. Afgekeurd. Ze heft haar arm op om ze in één zwaai van tafel te vegen.

‘Nee,’ roep ik, de krijtjes zullen breken.
‘Mamma!’ Die akelige strenge toon. ‘Mamma ga de kamer uit, nu. Niet kijken!’

Ik loop de tuin in. Ik snap niets van dit kind, die obsessie, dat fanatieke, dat heeft ze zeker niet van mij. In mijn kleurige bloementuin, op het bankje in de schaduw, vind ik tijdelijk rust. Dan hoor ik haar stemmetje, nu lief en vrolijk. Ze komt de tuin in huppelen met twee tekeningen in haar handen. Ze laat me de vellen zien, haar grote ogen kijken verwachtingsvol naar mij op.


‘Ik heb pappa getekend,’ zegt ze trots, ‘en dit ben ik, voor ik geboren werd. Hier ben ik in de grot, bij het water, weet je nog wel?’

Op het papier zie ik een lijkbleke pappa met drie vingers aan elke hand, grote holle ogen en geen neus. Zijzelf is een kleinere roze versie van hem, drie vingers aan elke hand en nog grotere donkere ogen. Snel kijk ik naar haar handen die de vellen papier omhoog houden, tien vingers, tien perfecte vingers, vijf aan elke hand.
‘Heel mooi,’ zeg ik tegen haar, ‘dat heb je knap gedaan.’

No comments:

Post a Comment